Stadhuis
Het Stadhuis dateert in zijn huidige vorm in Vlaamse
neo-renaissance uit 1922. Op het gelijkvloers is o.a.
de dienst Toerisme onderbracht. Het vroegere stadhuis,
aan de Langestraat, doet thans dienst als politiecommissariaat.
Het huidige stadhuis, palend aan de zuidkant van het
Marktplein, dateert uit 1922 (cfr. ankerdatering op
de zuidgevel).
Bij de wederopbouw na de Eerste
Wereldoorlog streefde men er naar om alle belangrijke
openbare gebouwen nabij het Marktplein te concentreren.
Voor de bouw van het nieuwe stadhuis
dienden daarom liefst vier handelaarsgezinnen hun
woning te ontruimen. In het stadhuis zijn de stedelijke administratieve diensten, het
toerismekantoor en het secretarie gevestigd.
Het interieur bevat een rijke verzameling
kunstwerken waaronder etsen, tekeningen, aquarellen,
schilderijen en beelden. Bouwkundig behoort
dit stadhuis tot de neo-vlaamse renaissance. Boven de
korfboogdeur is het vroegere wapenschild van de
stad aangebracht. Het bestaat uit de afbeelding van
een ploegende boer en een visser met anker. Bovenaan
wordt de Latijnse benaming van de stad, nl. “Novus
Portus” vermeld.
In het midden van het Marktplein bevindt zich een
arduinen steen met de aanhef van de Stadskeure van
Nieuwpoort, uitgekapt door W. Vermandere. Deze
Vrijheidskeure werd aan Nieuwpoort verleend door
Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen in 1163. De
toekenning van een Stadskeure betekende voor
Nieuwpoort een volledige autonomie op bestuurlijk,
fiscaal en juridisch vlak. Deze Keure is het bewijs van
het belang van Nieuwpoort door de eeuwen heen.

|