|
Kindervreugde (thans Barkentijn)
Het home "Kindervreugde" op de hoek Zeedijk-Veurnestraat en Albert I-laan was eertijds de
grote villa van de familie Crombez. De oorspronkelijke villa werd reeds rond 1868 opgetrokken
in opdracht van grootgrondeigenaar Benjamin Crombez en volgens de plannen van de Doornikse
architect De Man-Bogaert. Talrijke marines van Robert Mols sierden de grote ontvangstzaal
van deze luxueuze residentie die betiteld werd als "La Villa des Lapins", zo genoemd omdat
er inderdaad onder allerlei vormen en op heel vele plaatsen afbeeldingen van konijntjes
waren aangebracht, o.m. waren er konijnefiguren opgevuld met stro, in porselein of in hout,
afbeeldingen in de glasschilderwerken en op de horloges, en cementen konijnen bij de voorgevel.
Op de uitstalrekken prijkten allerhande snuisterijen die in die tijd in betrekking met het
konijn waren te vinden. Wanneer Benjamin Crombez op de badplaats verbleef, wapperde op het
dak van de villa de toenmalige vlag van Nieuwpoort-Baden, nl. een geel veld met een konijn
erop, een duidelijke verwijzing naar de vele "dunekeuntjes" in het duinencomplex, in die
tijd nog een onmetelijk wijds stuks ongeschonden natuur, waar heel dikwijls grote
jachtpartijen werden georganizeerd o.m. op 14 augustus 1876 met koning Leopold II.
Maar toen kwam de Eerste Wereldoorlog. Op 13 oktober 1914 nam Koning Albert I er zijn
intrek voor één dag en amper een maand later op 11 november ging deze prachtvilla op in vlammen.
In 1920 dan werd aan de wederopbouw gedacht. Vooraf diende, onder toezicht van Leon Verlinden
en Louis Joyeux, de toen bekende << boyau cave >> te worden verwijderd; dit was een lange
loopgracht van Oostduinkerke tot aan het Hendrikaplein met hier en daar een uitgang, o.m.
nabij de huidige Ijzerstraat.
Het nieuwe gebouw, dat daarna met een gevelbreedte van 62 m. in Normandische stijl in 1924
tot stand kwam en heel dikwijls prins Karel op bezoek kreeg, was verdeeld in een grote villa,
een kleinere villa en een serre. Het ruime dak was doorbroken met dakkapellen en standvensters
en achteraan langs de zijde van de "Voie Auguste" (de vroegere benaming voor de Alvert I-laan)
was een open tuin. Het geheel stond onder bestendig toezicht van de meestergasten-conciërges
Louis Joyeux en Georges Levecque.
Na de bezetting van dit gebouw, door de Duitse overheid in WO II en de omheining door
ontelbare hoeveelheden "pinnekensdraad", werd het van mei 1945 tot september 1946 in gebruik
genomen als kazerne voor de ontmijningsdienst van het Belgische leger, waarna het in 1947 een
A.E.P.-tehuis voor oorlogswezen was geworden op kosten van de Belgische staat. In december 1948
werd het aangekocht door S.V. kindervreugd uit Menen voor de som van 3,5 miljoen fr. onder
voorwaarde dit gebouw niet uit te baten als sanatorium, preventorium of drankslijterij.
|