Nationaal Huldebetoon aan Z.M. Koning Albert en de Helden van de Ijzer - jaarlijks op de eerste zondag van augustus
Nieuwpoort was tijdens de Eerste Wereldoorlog het strijdtoneel van een bloedige
oorlog waarbij duizenden soldaten en burgers het leven lieten. Om deze
tragische oorlogsperiode, die aan zovelen het leven kostte, nimmer te vergeten
staat Nieuwpoort traditiegetrouw op de eerste zondag van augustus in het teken
van de honderden vlaggen ter herinnering aan Koning Albert en de vele
oorlogsslachtoffers. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk wordt te 9.30 u een mis
opgedragen ter nagedachtenis van de slachtoffers van beide wereldoorlogen.
Nadien wordt opgestapt naar het Koning Albertmonument waar een indrukwekkende
bloemenhulde plaats grijpt.
Het Koning Albert Monument te Nieuwpoort werd opgericht op initiatie en met de
steun van de oudstrijdersverenigingen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
De boorden van de Ijzer werden als plaats hiervoor gekozen om de grote rol die
deze stroom speelde tijdens Wereldoorlog I. Het gedenkteken werd onthuld op 24
juli 1938 in aanwezigheid van H.M. Koningin Elisabeth, Koning Leopold III,
Prins Karel, Prins Boudewijn en Prinses Joséphine-Charlotte.
De ontwerper van het gedenkteken is Julien De Ridder, de beeldhouwer is Karel
Aubroeck.
Om de beeldhouwer van het ruiterstandbeeld aan te duiden werd een wedstrijd
georganiseerd, waarvan enkel oudstrijders mochten deelnemen. De voornaamste
opdracht luidde: in samenwerking met een bouwkundige een maquette vervaardigen
op een schaal van 1:10. Karel Aubroeck nam contact op met Albert De Bondt uit
Gent, bouwmeester van het Ijzerbedevaartsecretariaat in Diksmuide. Zes
uitverkorenen, waaronder Karel Aubroeck, kregen de opdracht het hoofd van de
koning en de kop van het paard te ontwerpen op uitvoeringsgrootte. Voor de
beeltenis van de koning werden foto's gebruikt die ook voor geldstukken als
model hadden gediend.
Ondertussen werd het oorspronkelijke reglement van de wedstrijd veranderd en
werden beeldhouwers en bouwmeesters afzonderlijk beoordeeld. Karel Aubrouck,
beeldhouwer, en Julien De Ridder, bouwmeester, werden verzocht samen te werken.
Het ontwerp van De Ridder, een rotonde, leek van dichtbij op een kroon,
gedragen door dubbele zuilen.
Karel Aubroeck ving aan met het ruiterbeeld, omdat het gieten in brons heel wat
tijd in beslag zou nemen. Eerst werd het beeld in klei gemaakt, vervolgens
omgezet in plaaster en tenslotte in brons gegoten.
Aan de buitenzijde van de rotonde waren panelen voorzien, die als edelstenen aan
een kroon de versiering moesten voltooien. Karel Aubroeck koos voor symbolische
voorstellingen van het geestelijke, het arbeidende en het ontspannende leven.
Eén paneel werd gewijd aan de toenmalige Belgische kolonie Congo.
Het was ook de bedoeling de figuur van de koningin bij het monument te
betrekkken. Koningin Elisabeth werd vereerd om haar verdienstelijk werk. Karel
Aubroeck trachtte dit zo goed mogelijk weer te geven in een bakstenen fragment.
Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het bij de aftocht van de Duitsers
door een bom vernield. Ook het ruiterstandbeeld werd beschadigd.
Het monument is cirkelvormig en heeft een diameter van 30m. Twintig balkvormige
zuilen, met een vlakke doorsnede van 2 m op 1 m dragen een ringbalk van 100 m
omtrek. Dit alles werd gebouwd op een kruisvormig terras van 2500 m2
oppervlakte. Het ruiterstandbeeld van Koning Albert, in het midden van de
zuilenkring, is 4 m hoog en staat op een voetstuk van 4 m. Brede
toegangstrappen leiden naar het gedenkteken. Boven op de zuilenkring is een
wandelgang, bereikbaar via een wenteltrap of lift. Van daar heeft men een
prachtig vergezicht over de beroemde Ijzervlakte. Oriënteringstafels laten toe
de voornaamste geschiedkundige plaatsen van de Ijzervlakte gemakkelijk te
situeren. Het bouwwerk werd opgetrokken uit baksteen van groot formaat,
vervaardigd uit klei, gedolven langs de Ijzer. In talrijke stenen zitten nog
metaalresten, afkomstig van schrapnell- en granaatscherven. In de binnengalerij
van het monument zijn op manshoogte enkele bakstenen met tekst ingemetseld:
St.-Joris a.IJ., Violette, Ter Stille, Boyau de la Mort, enz. Het zijn allemaal
plaatsen die voor de oudstrijders herinneringen oproepen aan bloedige
gevechten. Op de binnenplaats van de ringkroon zijn twee gedichten in gulden
letters gehouwen. De Nederlandse tekst is van August Van Cauwelaert, de Franse
tekst van Maurice Gauchez.
Op 4 april 1974 werd de Regie der Gebouwen, namens de Staat, beheerder van het
Ijzergedenkteken en de omliggende grond met een oppervlakte van ruim 1 ha. Deze
beslissing tot overname werd door de Minister van Openbare Werken getroffen met
het oog op het behoud en de restauratie van het monument. Meteen nam de Dienst
West-Vlaanderen van de Regie der Gebouwen de taak over van de
V.Z.W.-Ijzergedenkteken van Koning Albert, die het bouwwerk had laten oprichten
en het tot 1974 ook had beheerd.
Oorlogsomstandigheden en ouderdomsverschijnselen waren de oorzaak van een
enstige aftakeling van het gedenkteken. De restauratiewerken werden aangevangen
op 19 maart 1973 en werden voltooid in mei 1974. De kosten hiervan bedroegen
272683 Euro en vielen ten laste van de Regie der Gebouwen.
Op de binnenzijde van de ringkroon prijkt volgend gedicht van August Van
Cauwelaert:
"Van de eerste zon begroet, en laatst van zon omblonken
Op 't helste en hoogste duin,
Tot één gestalte in brons, én beeld, én ros geklonken,
Op grond van grauw arduin.
Daar waar uw krijgren 's vijands storm de poort verboden,
Die de open zee bestaart,
Waar op uw traag gebaar en woord de waatren vloden,
En golfden over de aard.
Daar heeft uw dankbaar heir, dit Koningsbeeld verzonnen
in de eer van bronzen dracht,
Opdat het rijze en staar naar alle horizonnen
Voor ieder nieuw geslacht."
|