|
De Sint-Bernarduskerk
De Sint-Bernarduskerk staat aan het Sint-Bernardusplein en is amper enkele tientallen
meters van de zeedijk verwijderd. Het is een neoromaans gebedshuis uit 1923,
gebouwd ter vervanging van een gelijkaardig gebouw uit 1877. Niet alleen tijdens de Eerste,
maar ook aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de kerk van Nieuwpoort-aan-zee zwaar beschadigd.
De herstellingen van 1947 bepalen dan ook mede het huidig uitzicht. De gevels in gele baksteen rusten op een arduinen sokkel. Het stilistisch onderscheid met de gotische kerken van Nieuwpoort-Stad
, Ramskapelle en Sint-Joris is in één oogopslag duidelijk. In de Romaanse stijl domineert immers de rondboog terwijl
de ornamentiek doorgaans minimaal is. Nochtans is de stijlzuiverheid enigszins geschaad door het gebruik van steunberen tegen de torenromp en de zijbeuken, een element uit de gotiek.
De plattegrond bestaat uit een basilicaal, driebeukig schip van zes traveeën. Het hoofdkantoor
heeft een halfronde absis, de zijbeuken hebben een rechte sluiting. De toren bevindt zich assymetrisch in het zuidwesten van het grondplan,
dat ontworpen werd door architect P. Vandervoort. Versneden hoeksteunberen schragen de toren die uit drie geledingen bestaat en met een tentdak bekroond is. Zowel de
kleinere ramen als de grotere galmgaten zijn rondboogvormig Romaans. Een halfronde uitstulping van de zijgevel lokaliseert de doopkapel.
In vooraanzicht profileert zich een tuitgevel met een bekronend stenen kruis. De toegangsdeur is rondboogvormig ingelijst, de opstanden
zijn met teerlingkapitelen versierd. De tympaan is verfraaid met evangelistensymbolen. Ter hoogte van het doksaal is een roosvenster
aangebracht. Elke zijbeuktravee is verlicht d.m.v een koppel rondboogramen in een dito booglijst ingeschreven. De enkelvoudige bovenlichten van de middenbeuk hebben een analoge structuur.
Op een reeks Romaanse raampjes na is de gebogen gevel van het hoofdkoor volledig blind. In de achtergevel
van de zijbeuken staan rondboogdeurtjes, toegankelijk via een trapje. Het interieur munt uit door somberheid. Het tongewelf van de middenbeuk is beschilderd. De scheibogen zijn rondboogvormig en rusten op zuilen met een teerlingkapiteel. Het meubilair omvat:
- "H. Rochus van Montpelier", beeld, hout, 17de eeuw;
- Onze-Lieve-Vrouw van bijstand met kind, gekleed beeld in gepolyschormeerd hout, 18de eeuw;
- hoofdaltaar en triomfkruis, 1948, euvillesteen en terracotta, J. Gauze;
- biechtstoel(en),eik, 18de eeuw.
|