Het Clarissenklooster

In 1876 vestigden de Arme Klaren zich in de het voormalig klooster van de paters recolletten, dat na de Franse tijd tot brouwerij geësculariseerd werd. De clarissencoletinnen waren afkomstig uit Brugge en werden specifiek aangetrokken voor de organisatie van het vrij (katholiek) onderwijs. Na de nodige herstellingen en aanpassingen aan de gebouwen verkreeg men een grondplan waarbij de diverse kloostervleugels rond een rechthoekig binnenplein gelegen waren. In architecturaal opzicht hebben we vooral oog voor de zichtbare straatgevels van de kapel en het aanpalend klooster.

De neogotische kapel was een éénbeukig gebedshuis van 10 traveeën, onderling gescheiden door zwak geprofileerde steunberen. In de eerste travee bevond zich een korfboogvormig portaal; in de spitsboognis boven de deur prijkte een beeld van de H. Clara, de patroonheilige van de clarissen. Ook de ramen van de overige traveeën zijn spitsboogvormig ingelijst.

De aanpalende kloostervleugel telt negen traveeën en is twee bouwlagen hoog. In de sobere straatgevel herken je meteen enkele typische kenmerken van de neo-traditionele renaissancestijl: een muizetandfries, rechthoekige en beluikte kruisramen met een roedeverdeling in hout. Het klooster werd op spectaculaire manier omgebouwd tot hotel door "Moeder overste". Deze gedaanteverwisseling gebeurde terwijl er nog slotnonnen in het gebouw aanwezig waren. De zaal werd door diverse hooggeplaatste gasten bezocht. Zowel de zaal als de inboedel werden door een faillissement verkocht, ook de slotnonnen verdwenen. De kapel werd omgebouwd tot restaurant "De Piraat".