|
Tempeliers
Vooral Jakob Kesteloot (1778-1852) heeft geprobeerd die benaming te verklaren en te weerleggen. In 1819 schrijft J.B. Rybens in zijn kroniek dat "... den Duijventhooren moetende worden verleegt, het men den 14 junij af te nemen de schaliën van het er agter staende gebouw ... omdat men een ander gebouw zou maken. Op de 19 begon men de top van de toren af te breken ...". De versterkingen rondom Nieuwpoort werden op bevel van de gealliëerden. De toren van het "oude casteel" zou voortaan een kruitmagazijn worden. Bij afbraak van een trap tegen de zuidoosthoek kwamen muurschilderingen aan het licht, die de aandacht trokken van Allard, officier van de genie. Enkele weken later kreeg Kesteloot, die toen hoogleraar was te Gent en dikwijls naar Nieuwpoort kwam, waar nog familie woonde, langs zijn neef, luitenant C. Masschek, die tekeningen te zien. Ter plaatse deed hij waarnemingen en verhandelingen erover, die werden voorgedragen voor de Akademie voor Wetenschappen en Schone Letteren (toen nog in het Frans uiteraard) in 1843.
|