Kruitmagazijn

De gehele opzet van de versterkings- en ombouwingswerken van de Hollanders kwam erop neer dat een cilindervormige binnenmuur werd ingemetseld, met 6 meter diameter. Het bouwsel zou vijf verdiepingen krijgen met houten vloeren, genageld met houten pinnen. Niets van het gebouw was van ijzer. De deuren en de luiken hadden koperen scharnieren... De sluipgang bij de resten van de kasteelfundamenten bleven ook wel boeien. K. Loppens haalt de beschrijving aan van kapitein Cambier uit 1842: de gang was 1,85 m breed, 2,66 m hoog en 9,35 m lang. Wellington, die met de regelmaat van een klok de vestingswerken kwam inspekteren, had zelfs het plan geopperd een kanon op de toren te plaatsen. Het kwam er nooit. De werken rond heel Nieuwpoort hebben tussen 1818 e, 1820 vijf miljoen gulden gekost. Er werden 90 miljoen bakstenen gebruikt. Veertig jaar later brak men alles af: rond Nieuwpoort was geen schot gelost! In 1908, tijdens verbouwingwerken van een bakkerij, in de buurt, vond men beenderen van het kerkhof (1283-1383). De mensen aarzelden daar nog brood te kopen. Vanop datzelfde kerkhof had men reeds tussen 1409 en 1414 vele grafstenen vervoerd om er de vloer van het Oude Veurnesas (Kattesas) mee te plaveien.

De Tempelierstoren

Ter grens van 't dode Nieuwpoort nabij de havenmond
waar golf na golf er fluisterend sterven komt
als lippen van de pelgrim, die het reliekschrijn vond,
en 't witte zand nog kust en dan verstomt,

stond, prins van 't Vlaamse land, schatplichtig aan die tijd
toen eer nog eer en grootheid bleef;
een zware blok graniet, verlaten koppigheid,
die nog in 't werk zijn fiere voorhoofd dreef.

Sinds dagen zonder eind, sinds dagen zonder tel,
en sedert dagen meer nog, speelde zijn schaduwspel
in bitter zwijgen over de stad en 't land.

Maar heden is de stad vernietigd en verbrand,
en in de rode hemel van vurige vlammenjacht
draagt hij zijn doem en wanhoop in de nacht.

Uit: Marcel Wyseur, "La Flandre rouge" (1916)