|
Duvetorre
De heemkundige auteurs hebben er blijkbaar in drie richtingen naar gezocht. K.R. Berquin citeert een getuigenis van dr. Desnick, K. Loppens schrijft zijn verklaring in "Biekorf" (1939) en R. Dumon suggereerde een verklaring in een krantenrubriek. Dr. Desnick zou in rekeningen van 1578-1579 gelezen hebben: "... gedeckt de Duvetorre ...". K.R. Berquin vond na 1794 op Franse kaarten een volgens hem verkeerde vertaling "Tour du diable". K. Loppens beweert in zijn artikel in "Biekorf" dat sinds het proces van Jeanne Panne en Tanneke Potters in 1650 en 1652 de oude toren "duveltorre" wordt geheten. Hij schrijft niet waar hij dat heeft gevonden. Die benaming zou volgens hem verbasterd zijn tot "duvetorre". R. Dumon beweerde in een rubriekje, zoals hij met andere toponiemen placht te doen, dat het een vervorming zou zijn van "dhovettorre" of hoofdtoren. De kroniek van J.B. Rybens vermeldt steevast vanaf 1794 "duijventooren". Zijn tweede opvolger als kroniekschrijver, Thomas de Roo jr., schrijft in 1863 voor het eerst niet meer "duijventooren", maar "Tempelierstoren".
|