De oversteek van de Ijzer

Tijdens de beraadslagingen van de nacht van één op twee juli besliste de Prins dat de troepen, die zich op de linkeroever van de Ijzer bevonden, 's morgens bij laag water de rivier moesten doorwaden.

De beschrijving van de oversteek gebeurde door Vere als volgt: "De rest van het leger werd bevolen naar de haven te trekken bij het ochtendgloren en deze over te steken bij het eerste lage tij. Het was mijn beurt om de voorhoede te maken. Mijn troepen waren ten gepaste tijde ter plaatse. Het water was nog niet doorwaadbaar. Intussen trok ik zelf naar Graaf Maurits om zijn verder bedoelingen te vernemen. Bij de brug vond ik de meeste bevelvoerders. Nadat ze hadden vernomen dat de vijand over de duinen was gekomen en naar ons toekwam, vergaderden ze. Ik vertelde hen dat er haast bij was om de troepen over de haven te laten komen alvorens de vijand de andere zijde van de haven kon bemachtigen. Daarvoor zou ik met mijn troepen de eerste mogelijkheid, het lage tij, te baat nemen. Eens ik in de haven was overgekomen vroeg ik zijn bevelen. Hij gaf me de volmacht om zelf te beslissen wat ik nodig achtte. De Graaf Lodewijk van Nassau moest mijn orders volgen.

Wanneer het tij het toeliet deed ik mijn troepen de haven kruisen in dezelfde gelederen als ze waren opgesteld. De bedoeling was de soldaten naakt de haven te laten kruisen, zoals het in de doortocht gebeurd was. Maar ik dacht, met de vijand zo dicht bij ons, dat dit tijdverlies zou betekenen. Daarom wilde ik nu niet dat zij zich van hun kledij ontdeden en dat ze voorzorgen namen tegen het water. Wanneer de troepen van de voorhoede voorbij waren, liet ik het voetvolk in hun rangen en orde tussen de duinen en de zee. De paarden trokken de vijand tegemoet. Die legers zouden elkaar ontmoeten op het strand. De bedoeling was niet tot een schermutseling te komen, maar om een goede plaats te bereiken en hen te ontvangen. Dit was het enige voordeel dat we konden bedenken, in die streek was list en kennis een noodzaak".