De laatste uren voor de slag bij Nieuwpoort

De troepen van het Staatse leger zagen in de verte de troepen van Albrecht in hun richting komen. Nabij de duinen kwamen ze tot stand en bleven er enkele uren, waarschijnlijk omdat ze rust nodig hadden en de Staatse troepen uit hun stelling wilden lokken. Het volledige Spaanse leger, incluus de ruiterij, trok de duinen in en stelden zich daar op in slagorde.

De gedragingen van het Spaanse leger, juist voor de slag, werden door Vere beschreven: "Ze kruisten de duinen en bleven daar twee uur aan de voet van de duinen. Dit bevestigde dat zij rust nodig hadden, maar wij vonden toch de reden van hun bedoelingen: ons uit onze plaatsen lokken. Het was zeker dat de vijand vermoeid was van de dag- en nachtelijke tochten. Ze hadden ons de haven van Nieuwpoort zien overtrekken en wisten dat onze troepen strijdlustig en fris waren. Wanneer zij zagen dat we ter plaatse bleven en niet uit onze stellingen kwamen, moesten zij ook inzien dat ze zelf niet voorzien waren voor een lang verblijf. Dus was de enige oplossing even rusten, en dan ten strijde trekken. Deze zijde was daartoe beter geschikt dan het strand. Al met al meenden we dat hun grootste kracht gelegen was in het voetvolk: oude getrainde soldaten die op die dag ingezet waren. Ook was onze mening, dat zij het hoge tij afwachten - op dat ogenblik was het lage tij - en dat zo de ruimte voor de strijd begrensd zou zijn, best voor het paardenvolk".

De Aartshertog stuurde enkele cavalerie-eenheden voorop. De Staatsen wisten onder hen een krijgsgevangene te nemen, die aan de Prins het slechte nieuws van de nederlaag van Graaf Ernst vertelde. De Prins besloot het nieuws geheim te houden voor zijn troepen.

Vere vertelde: "Rond halftij kruisten zij opnieuw de duinen naar het strand en trokken vooruit. Enkele lichte cavalerie-eenheden werden voorop gestuurd. Eén van dezen werd door ons gevat en bij Graaf Maurits gebracht. Hij vertelde hem dat de anderen verslagen waren in een strijd en dat daardoor hun troepen nog meer strijdlustig waren. Het verlies van onze troepen, meenden we, moest niet bekendgemaakt worden aan onze troepen, daarom waren er weinig in het gezicht van de gevangene gekomen. Wie het hoorde kreeg verbod om het verder te vertellen".

De Prins stond versteld van het nieuws, maar besloot om de strijd toch verder te zetten. Carnero schreef: "Deze reeks overwinningen kwam Graaf Mauricio ter ore samen met het bericht dat het Katholieke leger op komst was. Graaf Mauricio en zijn entourage raakten in verwarring gezien het vertrouwen dat ze in de forten hadden gesteld om de Aartshertog tegen te houden. Omdat hij op korte tijd bij hen kon zijn, besloten ze zich te verdedigen in de duinen tussen Oostende en Nieuwpoort, op een halve mijl van de stad. Hij beval zijn troepen hem te volgen.

De vastberadenheid van Maurits om verder te strijden werd door Duyck genoteerd: "De Prins, die wist dat de Graaf Ernst 's morgens verslagen was en het geheim hield, besloot slag te leveren terwijl zijn volk nog sterk was. Ze moesten de overwinning behalen, zonder in aanschouw te nemen of het land aan een zijden draad hing of niet. Hij liet aan Vere weten dat er die dag bloed moest worden vergoten en dat hij geen ander retranchement wilde maken als van piekeniers en musketten. Vere moest zijn volk op die manier voorbereiden en in goede orde houden. De Prins liet eveneens de regimenten van de Fransen, de Walen en de Zwitsers onder Graaf George van Solms oversteken, die in slagorde werden opgesteld. Aan de kleine vierboete had de Prins een brug op de jachten en schuiten laten maken, om het volk van de achterwacht en de regimenten van Graaf Ernst, Gistelles en Huchtenbrouck bij hoog water te laten overkomen. De zes halve kanonnen werden aan het hoofd van de troepen op het strand geplaatst. De Prins wapende zichzelf met zijn broeder Graaf Hendrick, de heren Hertogen Van Holsteyn, Furst van Anhalt, Heer van Chastillon, Heer van Gray, Drury, Admiraal Nassau en andere officieren van zijn huis en van het leger".