|
Beraadslagingen
De Aartshertog twijfelde of hij met zijn troepen de schans Albertus zou innemen,
en zo de terugtocht af te snijden, of direct naar Nieuwpoort zou trekken. De Prins
had bij hoog water de vloot in zee gezonden. Hij had dit om twee redenen besloten.
Hij vreesde ten eerste dat de vijandelijke bezetting van de stad Nieuwpoort de schepen
zou verbranden tijdens de naderende slag. Ten tweede wilde hij de hoop tot ontkomen
wegnemen onder zijn troepen. Toen de Aartshertog de schepen richting Oostende zag
trekken besliste hij verder te trekken naar Nieuwpoort.
Anthonis Duyck getuigde de twijfel van de Aartshertog: "De vijand die zich reeds
vroeg op het strand bevond, stond een lange tijd stil. Hetzij om te beraadslagen,
hetzij om hun volk bijeen te brengen, het geschut aan te voeren of hetzij om een
andere reden. Ondertussen had de Prins dus alle tijd om zijn volk op orde te stellen
en hen aan te manen. De Heer Marquette, bevelhebber van de Walen, deed zijn ondergeschikten
de hand opsteken en liet hen zweren dat ze die dag voor de Prins zouden leven en sterven.
Verscheidene personen spoorden de Aartshertog aan voort te trekken naar Nieuwpoort en over
te gaan tot de aanval, omdat de vijand toch niet te sterk kon zijn. Toen de Aartshertog de
schepen naar Oostende zag trekken en dacht dat de Graaf Maurits en de belangrijkste heren
erin zouden zitten, besloot hij voort te trekken naar Nieuwpoort".
De beraadslagingen, de overtuigingskracht van de officieren van Albrecht en de strijdlust
van zijn soldaten werden door Carnero genoteerd: "Toen de Aartshertog vernam waar de vijand
zich ophield, stelde hij zijn oorlogsraad voor of het niet goed zou zijn de overwinningsreeks
verder te zetten en de vijand aan te vallen. De vijand was in verwarring en had schrik waardoor
het erop leek dat ze er niet in zouden slagen beslissingen te nemen op korte tijd. Enkele personen,
onder wie veldmeester Gaspar Zapena, stelden dat Zijne Hoogheid even halt moest houden. Hij moest
zijn mensen toelaten wat uit te rusten na de afgelegde weg en na de strijd met de 2000 Schotten.
Intussen kon het fort van San Alberto ingenomen worden waardoor zich achter hen geen vijanden meer
zouden bevinden. Ondertussen had de achterhoede tijd om aan te komen.
Anderen vonden van niet en zegden dat Zijne Hoogheid de kans verspeelde die God hem gaf om de
oorlog te beëindigen met de grootste overwinning ooit behaald door een Prins of Kapitein. Op geen
enkele manier mocht hij de vijand de kans bieden uit te rusten of zich te verdedigen want door de
verwarring en angst die de onverwachte aankomst en overwinningen hadden veroorzaakt was de vijand
al half verslagen. Bepaalde kapiteins stelden dat als de Aartshertog halt zou houden, de vijand zou
inschepen waardoor ze een grote overwinning zouden missen. Anderen gaven Zijne Hoogheid na rijp
beraad de raad niet te vergeten dat wanhoop laffe mannen vaak extra moed gaf, waardoor ze onmogelijke
zaken tot een goed einde konden brengen. Bovendien waren de kapiteins en de soldaten van de vijand ouder,
hadden meer ervaring met deze oorlog en waren met dubbel zo veel als de soldaten van Zijne Hoogheid.
Door de zanderige ondergrond kon je bovendien geen stappen zetten zonder in het zand weg te zinken.
Nog anderen stelden dat een overwinning het gevolg was van een Generaal die alle mogelijkheden benut
terwijl zijn soldaten vurig zijn en willen winnen en de tegenstander er verward bijloopt.
Zo wilden ze duidelijk maken en aantonen dat als men zo een mogelijkheid minacht en verwaarloost,
die mogelijkheid achteraf nooit nog zal terugkomen. Door halt te houden kregen de soldaten bovendien
de kans aan de gevaren te denken. Ze voegden er nog aan toe dat Zijne Hoogheid niet over meer soldaten
kon beschikken, terwijl de vijand maar 24 uur nodig had om hulp te krijgen uit Frankrijk of Engeland.
Bovendien, besloten ze, was het onvoorzichtig niet door te gaan nu ze de overwinning al half in handen
hadden. Ze hadden meer vertrouwen in God - wiens zaak ze verdedigen - dan in de kracht van Zijne Hoogheid,
als genereuze Prins en moedige Kapitein, diegene met de grootste eer en beste reputatie en beval zo Pedro Callego,
commissaris generaal van de cavalerie - Luitenant-generaal Don Ambrosio Landriano die ziek was in Brussel -,
om met 600 paarden, degene waarover het leger beschikte, als voorhoede de vijand op te sporen en
schermutselingen uit te lokken".
|