|
De samenstelling van het Staatse leger
De bevelhebbers waren in vele gevallen personen van vorstelijke afkomst en
hadden tevens een functie van staatkundige aard te vervullen. Aan het hoofd van
de staf van het Staatse leger stond de Prins Maurits, generaal van het volledige
leger, gevolgd door graaf Willem Lodewijk, luitenant-generaal, graaf Ernst Casimir,
veldmaarschalk en graaf Frederick Hendrik, generaal van de cavalerie. De regimenten
van de inheemse troepen werden pas samengesteld bij het te velde gaan. Ze vormden
dus tijdelijke eenheden. De enige organieke eenheden waren de compagnies.
|