Nabeschouwingen

Bepaalde mensen hebben nagedacht over deze slechte ervaring, en allen beschouwen de wanorde in de cavalerie als de oorzaak ervan. Wanorde door het gebrek aan goede leiders, omdat de bekwame commissaris-generaal Iuan de Contreras Gamarra ontbrak en omdat Don Ambrosio Landriano ziek was achtergebleven in Brussel. Indien de cavalerie niet was weggevlucht en bijgevolg ook het infanterie eskader niet uit elkaar had geslagen, dan hadden ze de duin kunnen beklimmen en twee artilleriestukken veroveren op een moment dat de infanterie van de vijand begon te verzwakken. Maar God liet blijkbaar niet toe dat de katholieken de vijand aanvielen met al hun soldaten, dus zonder Don Luis de Velasco achter te laten met zoveel mannen.

Volgens Wijn was de overwinning te danken aan de ruiterij, meer bepaald aan de drie vanen die Maurits als reserve achter de hand had gehouden. Vrij algemeen werd erkend dat de Spaanse cavalerie in haar taak tekort was geschoten. De laatste nog aanwezige afdeling heeft zonder strijd te leveren, terwijl zijn steun hoognodig was, het slagveld verlaten. Het ontbreken van de beste cavalerieaanvoerders langs Spaanse zijde en de geforceerde marsen, gedurende de dagen die de slag bij Nieuwpoort vooraf gingen, zouden de oorzaak kunnen zijn van de Spaanse nederlaag. Langs beide zijden was er geen sprake van geordende bewegingen, omdat het duinterrein dit vrijwel niet toeliet.

De beschrijvingen van Vere en Duyck toonden aan dat de strijd al snel uitmondde in plaatselijke gevechten en bestormingen van duinen, waarin alle overzicht, orde en verband verloren ging.

Graaf Mauricio dacht dat hij bevrijd was van het gevaar waarmee hij de morgen voordien nog te kampen had, toch had hij nog niet uitgemaakt wat hem te doen stond. Omdat hij een derde van de mensen die aan wal waren gekomen miste, en omdat diegenen die er nog waren moe en hongerig waren. Hij wou Nieuwpoort omsingelen, meer voor de eer dan in de hoop de stad in te nemen omdat er al heel wat mensen waren en omdat Don Luis de Velasco zich in Diksmuide ophield. Daarvoor moest Graaf Maurits zich terugtrekken uit de zijde van het kanaal aan de kant van Oostende, waar ze loopgraven begonnen te graven met wapens aan de rechterkant, de kant waarlangs ze werden bevoorraad. Een zware taak omdat Federico Espinola met zijn vier galjoenen regelmatig de bevoorradingsschepen aanviel en deed zinken. Graaf Mauricio verbleef daar al enkele dagen en omdat Don Luis de Velasco zich had versterkt en hij zijn goede naam aan het verliezen was door daar zomaar rond te hangen, trok hij zich terug richting Oostende.

Maurits begaf zich naar Oostende om de hopeloze toestand waarin ze verkeerden voor te leggen aan Oldenbarnevelt en de leden van de Staten-Generaal. Zijn mannen leden onder het gebrek aan zoet water en de Aartshertog was zijn leger aan het versterken. De loopgraven stonden vol water door de regen die reeds een week uit de hemel viel. In Nieuwpoort zelf waren er ook aanzienlijke versterkingen toegekomen. Hij verklaarde dat er niet het minste middel bestond om Nieuwpoort in te nemen. Het beleg werd op 15 juli opgebroken en het hele leger trok naar Oostende. Het leek hem beter zich terug te trekken. Na lang overleg volgden de Staten uiteindelijk zijn oordeel en ze verlieten Oostende.

Carnero noteerde de terugtocht: "Velen zagen daarin een gebrek aan moed van Graaf Mauricio, een moedig Kapitein die veel van zijn goede naam verloor door zich terug te trekken in Holland. Hij maakte geen gebruik van deze gelegenheid op de overwinning en durfde het niet aan het strand en zijn schepen uit het oog te verliezen. Hij volgde zijn oude gewoonte: hij trok nooit het land in en verliet nooit de oevers. Frederico Espinola liet Graaf Mauricio echter niet vertrekken zoals hij wenste. Toen hij vernam dat Graaf Mauricio vertrok, vaarde hij de Enclusa uit met zijn galjoenen en viel de voorhoede aan die hij veel schade toebracht. De schade had nog veel groter kunnen zijn, indien de westenwind niet was afgekoeld: hierdoor kon de achterhoede met gespannen zeilen de voorhoede redden. Het was een hele opdracht om zich terug te trekken en het kanaal van de Enclusa in te varen. Graaf Mauricio ontscheepte en verdeelde zijn mannen onder de forten, waarna hij naar Den Haag vertrok waar hij niet door het volk werd ontvangen zoals gewoonlijk. Dit omdat ze maar moeilijk konden aanvaarden dat zo een grote groep manschappen en zo veel kosten, maar zo weinig hadden opgeleverd. Ze hadden gehoopt enkele steden aan de Vlaamse kust te veroveren en het hele land, maar niets van wat ze vooraf wensten werd verwezenlijkt".

De slag bij Nieuwpoort had niets opgebracht voor de Staten, behalve vele onkosten, vele doden en gewonden.