|
De verplaatsing naar de duinen
Kort na het begin van de slag stond het water van de zee zo hoog dat het strand
zo nauw geworden was om de slagorde te kunnen blijven bewaren. Beide partijen moesten
de duinen intrekken. Zowel Vere als Duyck bevestigen de verplaatsing.
Duyck heeft het vooral over de Prins zijn acties: "De Prins vond ondertussen een
mogelijkheid een deel van zijn musketiers in de duinen te plaatsen om het strand te
flankeren tegen de cavalerie van de vijand. De zee kwam echter op en het strand werd
nauwer. De vijand liet daarom het meeste van zijn volk de duinen intrekken. Het strand
werd zo smal dat de Prins beval hetzelfde te doen. Hij plaatste twee kanonnen op de duinen
om op en over de duinen te kunnen schieten. Hij merkte op dat vijand zich heel sterk begon
op te stellen achter de duinen in de clingen. Daarop liet hij al zijn cavalerie en het grootste
deel van de infanterie van het bataljon over de duinen komen. De cavalerie trok het veld in en
de infanterie bleef in de duinen en in de clingen. Op het strand liet hij een bataljon Engelsen
van 6 vendels. Eenzelfde bataljon Engelsen met de troepen van van der Aa liet hij doortrekken tot
in de clingen. De twee andere bataljons van de Engelsen en de vier van de Friezen bleven in de duinen.
Toen de vijandelijke paarden in aantocht waren, had de Prins de heer van Tijmpel naar
Nieuwpoort gezonden om de regimenten van Graaf Ernst, Huchtenbrouck en Gistelles met de
resterende cavalerie van de achterwacht naar hem toe laten komen. Het voetvolk, bestaande
uit het regiment van Graaf Ernst en twee andere regimenten, werd in vier troepen opgesteld.
De cavalerie in vijf troepen. Deze werden bij de anderen in het veld geplaatst. De infanterie
werd in de clingen gehouden. Tijdens het hoog water in de namiddag voeren de schepen, op een stuk
of vijf of zes na die nog vastzaten, die 's nachts niet weg konden, uit de haven van Nieuwpoort.
De Prins had de wind redelijk met zich mee en op de namiddag kreeg hij nog geluk met de zon, ze
was naar het westen gedraaid en scheen de vijand vlak in de ogen".
Vere, die vooral de manoeuvers van de voorhoede beschreef, sloot zich aan bij hetgeen Duyck
vertelde: "Het water kwam zeer hoog, beide legers werden zo verplicht om het front in te krimpen.
De vijand die de bedoeling had om met het voetvolk de strijd in de duinen aan te binden, of om ons
geschut uit de weg te blijven, stuurde al zijn krachten, paarden- en voetvolk, in de duinen. De paarden
trokken meteen naar de groene weg tussen de polders en de duinen. Al ons paardenvolk bleef in vooruitgeschoven
stelling, de strijd barstte los in de duinen. Zo kwam de voorlijn voetvolk van de vijand de duinen in, het
paardenvolk bleef op de groene weg in lijn achter elkaar; de smalle weg dwong hen om die oplossing te kiezen.
Ik vond een mooie plaats op een duinentop, waaruit de groene weg en de binnenkant van de duinen met geschut
bereikbaar waren. Graaf Maurits gaf onmiddellijk bevel om twee halve kanonnen daar te plaatsen. De vijand kwam
zeer dicht en ik vroeg de Graaf om te mogen chargeren. Hij gaf me meteen het bevel over en zei dat ik moest
doen wat ik nodig achtte. Zo trok ik naar de speerpunt op de hoge duinentop. Daar besloot ik het lange werk
te baat te nemen samen met het voordeel van het terrein".
|