Het eerste contact

Het uur waarop de slag begon werd door verschillende auteurs anders opgegeven. Vere en Carnero vermeldden het uur zelfs niet eens. Dumon en Da Costa houden het bij veertien uur, terwijl Cox en Navez bij zestien uur blijven. De slag vond plaats net voor het hoog water werd, zodat de troepen tijdens de slag de duinen in moesten trekken. Duyck vermeldde dat het omstreeks halfvier was wanneer de beide voorwachten in contact kwamen. Cox heeft aan de hand van de getijdentabellen aangetoond dat het eerste contact omstreeks halfvier heeft plaatsgevonden.

De aanval ging uit van Spaanse zijde. Het Spaanse leger was genaderd tot in het bereik van de Hollandse kanonnen. De Spaanse troepen hadden vertrouwen te over. Na hun overwinning bij Raversijde waren ze ervan overtuigd dat er hen niets kon gebeuren. De strijders waren bereid te vechten. De Aartshertog had de cavalerie-eenheden vooropgesteld, die het eerst in contact kwamen met de Staatse troepen.

Vere beschreef het eerste contact met de Spaanse troepen: "De vijand kwam steeds dichter en hun paardenvolk kwam in contact met onze speerpunt, maar het gevecht bleef uit. Ik kon onze cavalerie doen oprukken, en het paardenvolk in hun eigen rangen van schutters terugdringen. Wanneer zij dan opnieuw zouden oprukken tussen de zee en de speerpunt van het voetvolk, zouden zij dan af te rekenen krijgen met ons geschut en de rest van ons paardenvolk. Dit advies en de macht die Graaf Maurits mij gegeven had, leidde er toe dat hijzelf geen besluit nam. De vijand kwam traag op ons toe en daarom was het voetvolk het aangewezen strijdmiddel. Mijn raad had als gevolg dat hun paardenvolk in het bereik van ons kanon kwam. Ik toonde dat ik zou schieten om hen af te weren en zij plooiden zich open om zich terug te trekken in de duinen. Zo hadden we de overwinning zonder iets te doen, wanneer ons paardenvolk daarvan gebruik had gemaakt. Hun paardenvolk bleef uit ons bereik en trok langs het zand. Ze stuurden hun geschut een goed eind voorop en schoten dan wanordelijk op ons.

Volgens Vere had hijzelf op het juiste moment zijn kanon laten afvuren, maar volgens Duyck gaf Vere het bevel te snel, werden de schoten te vroeg gelost en bleef het geplande effect uit: "Rond de middag kwam een troep van de vijandelijke cavalerie langs het strand tot dicht bij het leger van de Prins. De Prins had het goed gevonden het gevecht te beginnen met twee compagnies haakbusschutters en de vijand onder zijn geschut te lokken. Er werden echter vroegtijdig tien à twaalf schoten gelost onder leiding van Generaal Vere, waarop de vijandelijke cavalerie in de duinen vluchtte en er een lange tijd verbleef. De vijandelijke cavalerie kon zien dat de troepen van de Prins ordelijk opgesteld stonden om slag te kunnen leveren. De Aartshertog werd verwittigd".

De Spaanse cavalerie zat klem in de duinen en de Aartshertog zou, volgens Duyck, zijn volledige leger naar voren hebben gestuurd om mee te vechten: "De Aartshertog was enorm met de zaak bekommerd, omdat hij geen middel zag om zonder groot gevaar en wanorde de cavalerie terug te krijgen. De cavalerie was zonder voetvolk vertrokken en moest een terugtocht van ongeveer 1 mijl ondernemen. Hij liet ze ter plaatse en beval zijn leger door te marcheren om mee te vechten. Velen zegden hem dat hij met ontmoedigde mensen zou moeten vechten".

Carnero schreef dat de Aartshertog 4000 infanteristen achtergelaten had om de brug van Leffinge te verdedigen: "Ondertussen waren er schermutselingen tussen de cavalerie van Graaf Mauricio en die van de Aartshertog, die in goede orde aankwam bij de vijand met zijn eskader. Het eskader bestond uit de Spaanse regimenten van Luis del Villar, Gaspar Zapena en Don Geronimo de Monrroy, de Italiaanse van Don Alfonso de Aualos en de Waalse van de Graaf van Busquoy en Berlota, en de Ierse van Bostoque en achthonderd Spaanse infanteristen die in opstand waren gekomen in Diest. De Aartshertog had Don Luis Velasco, artilleriegeneraal, achtergelaten met 4000 infanteristen uit de Duitse regimenten van de Graaf van Barlamont, de Graaf Frederico vanden Bergue en de Bourgondische Markies van Warambon om de plaats waar de rivier kon worden overgestoken te beschermen".