Piekeniers

De piek was één van de voornaamste wapens van de infanterie. Door zijn lengte, tussen de 4,5 en de 6 meter, was hij moeilijk te hanteren. De piek was, hoe belangrijk ook uit tactisch oogpunt, minder aantrekkelijk dan de musket of het roer bij de soldaten. Dit was te wijten aan de onhandelbaarheid van het wapen en de te dragen uitrusting. Het kostte de officieren veel moeite om een voldoende aantal piekeniers bijeen te krijgen. De partij die met de langste pieken gewapend was, had een beentje voor. De vijand werd eerder bereikt en er staken meer pieken voor de slagorde uit. Onder de pieken konden er ook een groter aantal terugtrekkende schutters een schuilplaats vinden. De piekeniers streden meestal in een gesloten formatie. Ze stelden zich bijna altijd in een carré op en hun wapens staken langs alle zijden uit. Deze piekeniershopen deden denken aan een engel. Weinig ruiters durfden een carré van piekeniers aan te vallen. De piekeniershopen dienden als ruggegraat van de slagorde.